Zoeken op BredeSchool.nl

'Het succes van de gemeentelijke regierol binnen het BredeSchoolconcept'

'Een zwart-wit of kleurenfilm?'

door MSc Lobke van Katwijk
8 april 2008


Sinds ruim een decennium worden in Nederland BredeScholen opgezet. Het zijn de gemeenten of schoolbesturen die het initiatief tot samenwerking binnen een BredeSchool nemen. De school vormt het middelpunt van de BredeSchool, maar kan het niet alleen. Gemeenten kunnen in dit soort processen een waardevolle regierol hebben. Zij zijn in staat de energie van de verschillende instellingen te bundelen en aan te wenden ten gunste van het onderwijs. De belemmeringen die zich voor kunnen doen in de samenwerking tussen partijen, de wijzigingen in bestuurlijke verhoudingen tussen gemeenten en schoolbesturen en de onduidelijkheid die er bestaat over het regiebegrip, maken van de regierol van de gemeenten echter een complexe aangelegenheid. De vraag is dan ook of gemeenten nog wel voldoende grip hebben op het BredeSchoolproces…

Zoals gezegd, behoeft het regiebegrip wat meer uitleg. Veel mensen associëren regie met het traditionele sturingsbegrip, dat is overigens terecht, daar regie ook ‘een bepaalde manier van sturing’ betreft. In tegenstelling tot sturingsbegrippen kenmerkt regie zich echter door haar interactieve element. Met de intrede van regie wordt afbreuk gedaan aan het idee dat de overheid nog steeds kan sturen met het oog op een bepaald resultaat. Het regiebegrip erkent dat de onderlinge wisselwerking tussen partijen maakt dat processen zo onvoorspelbaar zijn dat nog niet kan worden gekeken naar het resultaat dat dit oplevert. Bij regie gaat het daarom primair om het tot stand brengen of beïnvloeden van interactieprocessen waarin doelen en middelen met elkaar worden uitgewisseld.

Bovenstaande uitleg maakt echter nog niet duidelijk op basis van welke criteria gemeenten – terugkijkend op het BredeSchoolproces – kunnen stellen dat er sprake is geweest van ‘succesvolle regie’. Binnen dit onderzoek wordt de invulling van de regierol door een gemeente tot een succes beschouwd als de gemeente strategieën oppakt, die tegemoet komen aan de belemmeringen in samenwerking met de haar omringende partijen. Waarbij onder een strategie wordt verstaan: 'een reeks van samenhangende handelingen, waarbij een partij zijn eigen ambities koppelt met die van anderen'. Enkele veel voorkomende strategieën die ten aanzien van het BredeSchoolproces ingezet worden zijn: het organiseren van een conferentie; het opstellen van een convenant of intentieverklaring; het wijzigen van de bevoegdheden van partijen, externe partijen inzichten laten inbrengen en het betrekken van partijen die eerder bij eenzelfde soort proces betrokken zijn geweest.

Uit het onderzoek blijkt dat er zich binnen de meeste gemeenten op een aantal aspecten van samenwerking binnen de BredeSchool belemmeringen voordoen. Zo blijkt dat daar waar de gemeente het algemeen belang, namelijk de ontwikkelingskansen voor kinderen voor staan, schoolbesturen zich nog vaak richten op hun eigen belang. Dit heeft o.a. te maken met de concurrentiepositie van scholen ten opzichte van elkaar. Daarnaast blijken zowel gemeenten als schoolbesturen om strategische redenen bepaalde informatie en specialistische kennis niet met elkaar te delen, hetgeen tot onzekerheid binnen de samenwerking leidt. Tot slot lijkt het aantal BredeSchooltrajecten niet altijd  invloed te hebben op het lerend effect binnen de samenwerking. Dit heeft te maken met het gegeven dat BredeScholen qua inhoud, omvang en achterliggende visie zodanig van elkaar verschillen dat ervaringen die opgedaan zijn in het ene brede schoolproces niet meegenomen (kunnen) worden in een volgend traject.  

Al eerder is opgemerkt dat gemeenten over een aantal strategieën beschikken om te proberen de belemmeringen in samenwerking met betrokken partijen weg te kunnen nemen. Over het algemeen blijkt dat de onderzochte gemeenten ook veel strategieën hanteren om de samenwerking met schoolbesturen en andere partijen zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Deze strategieën blijken echter niet altijd geheel naadloos op de belemmeringen in samenwerking aan te sluiten. Hiervoor zijn een aantal oorzaken te noemen. Allereerst kan gesteld worden dat de door de gemeente toegepaste strategieën zelden naar de schoolbesturen worden gecommuniceerd. Het gaat dan wel eens mis, omdat blijkt dat een bepaalde strategie niet aansluit bij hoe schoolbesturen tegen belemmeringen in de samenwerking aankijken. Daarnaast blijken gemeenten niet altijd te weten over welke capaciteiten en/of specialistische kennis de schoolbesturen beschikken. Dit maakt dat bepaalde strategieën overbodig blijken, terwijl andere strategieën maken dat schoolbesturen in het gedrang komen. Tot slot geldt dat gemeenten strategieën niet altijd bewust inzetten. De keuze voor de inzet van een bepaalde strategie blijkt niet altijd expliciet gericht te zijn op het wegnemen van een bepaalde belemmering.

Terugkijkend op de bevindingen van dit onderzoek kan dan ook gesteld worden dat er al heel wat films worden vertoond, die ook al heel wat kleuren vertonen, maar dat ten aanzien van bepaalde films nog wat zwart-wit scènes weggepoetst dienen te worden!

Om niet alleen de vinger op de zere plekken te leggen, is naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek een aantal ‘tips’ geformuleerd. Die kunnen gemeenten helpen in het montageproces en in wat hun ‘regiefunctie’ heet.
'Toets of de gehanteerde strategieën door de betrokken partijen worden aanvaard'.
'Toets of de toegepaste strategieën aansluiten bij de kennis en capaciteiten van betrokkenen'.
'Kijk eerst wat er in het veld speelt voordat de strategieën worden ingezet'.

Lobke van Katwijk heeft door middel van bovengenoemd onderzoek haar master Bestuurskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen afgerond. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van ‘Giralis, partners in onderwijs’ te ’s-Hertogenbosch. Geïnteresseerden kunnen de gehele scriptie hier downloaden.

lettergrootte normaal lettergrootte groot lettergrootte grootst
tekst- en printversie