De stand van zaken 2009
Brede school in voortgezet onderwijs wint terrein
Waren het in eerste instantie de brede basisscholen die Nederland veroverden, anno 2009 wint de brede school terrein in het voortgezet onderwijs. De brede vo-school groeit zelfs explosief, aldus onderzoeksbureau Oberon in haar jaarverslag 2007. Niet alleen in de stad of krachtwijk, maar steeds vaker ook op het platteland. Van de 1237 locaties voor voortgezet onderwijs in Nederland noemen 350 scholen zichzelf een brede school of zijn ze bezig zich te verbreden. Dat is bijna 30%. In 2005 noemden slechts 17% van de scholen in het voortgezet onderwijs zich nog brede school.
Brede vo-scholen ontwikkelen zich anders dan basisscholen. Ze zijn minder gefocust op naschoolse opvang, maken vaker gebruik van bestaande gebouwen en neigen dus minder tot nieuwbouw. Ook organiseert 50% van vo-scholen tegen 43% van de po-scholen hun activiteiten binnenshuis. Opvallend verschil is de wens tot samenwerking met partners buiten de school die niet voorkomt in de top tien van wensen van po-scholen.
Overeenkomsten zijn er ook: beide onderwijsvormen breiden hun activiteiten steeds vaker uit naar andere locaties buiten het schoolterrein. Daarnaast vinden ze net als de basisscholen maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelkansen voor leerlingen een belangrijke aanleiding om een brede school te beginnen. Sociale participatie bevorderen en voorbereiden op de maatschappij zijn de belangrijkste doelstellingen voor beide. Daarnaast willen zowel voortgezet als primair onderwijs de binding met en de veiligheid in de wijk verbeteren.
Iedereen enthousiast
Samenwerkingsverbanden met derden vinden de vo-scholen belangrijk. Het liefst werken ze samen met gemeente, schoolmaatschappelijk werk en zorgaanbieders. Ook samenwerkingspartners als sportverenigingen en de politie staan hoog op de prioriteitenlijst. Het aangeboden activiteitenpakket bestaat grotendeels uit de disciplines kunst, cultuur en sport. Daarnaast staan ook educatieve activiteiten, zorg en extra begeleiding op het programma. Minder populair zijn techniek en multimedia.
Docent, leerling en samenwerkingspartners zijn allemaal op hun eigen manier enthousiast over de brede school. Voor docenten kan verbreding betekenen dat ze meer ruimte krijgen voor hun eigen creativiteit, beter gemotiveerd zijn en ze een betere relatie krijgen met de leerlingen. Leerling vinden het leuk om kennis te maken met de maatschappij, meer te bewegen en zich beter te ontwikkelen. Externe partners zien duidelijk een meerwaarde in meer begrip voor werknemers en bedrijfsdoelstelling, goede PR en toekomstige leden, klanten, studenten of werknemers.
Over het algemeen kan gezegd worden dat de brede schoolactiviteit uitval reduceert, de sfeer op school verhoogt en verschillende doelgroepen bindt met de onderwijsinstelling.
Talentontwikkeling & samenwerking
Talentontwikkeling staat hoog op de prioriteitenlijst van de brede vo-scholen. De school is niet langer meer de exclusieve leeromgeving van jongeren. Jongeren leren niet alleen op school maar ook via internet, vrienden, bijbaan of bij de sportclub. Scholen vinden het belangrijk om deze leerervaringen met elkaar te verbinden door leerarrangementen aan te bieden die binnen- en buitenschools leven met elkaar combineren en zo het talent van hun leerlingen te stimuleren, stelt de Onderwijsraad in het rapport ‘Leren in een kennissamenleving’ uit 2003.
De school is expert in leren en is daardoor de ideale regisseur. Dat maakt de samenwerking met externen zo belangrijk voor scholen in het voortgezet onderwijs. Om leerlingen goed voor te bereiden op hun toekomst en hun kansen te vergroten is het van belang dat een leerling al op jonge leeftijd goed kan functioneren en volwaardig deel uitmaakt van de samenleving en dus kennis maakt met het leven buiten de schoolmuren. Samenwerking met externen maakt het onderwijs bovendien levendig en levensecht.
Breder is beter!
Uit een onderzoek dat Oberon deed onder 425 brede vo-scholen blijkt dat het grootste succes de dynamiek binnen de school is. Het resultaat is een inspirerende omgeving en enthousiasme onder leerlingen, ouders en docenten. Scholen zeiden hierover: ‘het brede schoolconcept geeft energie en motiveert leerlingen en docenten’ en ‘Door de brede school is de organisatie veranderd van een gesloten organisatie, naar een die midden in de maatschappij staat’. Een goede twee plaats op de succesladder is gereserveerd voor de succesvolle activiteiten die talentontwikkeling, beweging en interesses stimuleren, maar ook zorg en begeleiding op maat bieden. De derde plaats is voor de samenwerking met de externe partners. Scholen werken onderling beter samen en zorgaanbieders en docenten krijgen een beter beeld van de leerlingen.

Knelpunten
Zwakke schakels binnen de brede school zijn personele bezetting en budget. Een brede schoolcoördinator is wenselijk, maar niet gebruikelijk. Slechts een derde van de scholen kan een beroep doen op een coördinator. En als er sprake is van een coördinator dan is het aantal beschikbare uren meestal niet toereikend.
Een groot deel van de scholen financiert de brede school uit eigen middelen. Andere geldstromen zijn subsidies, ouderbijdragen of geld dat afkomstig is van een samenwerkingspartner. Veel scholen hebben te maken met tekorten en wisselende subsidie- of geldstromen, waardoor de ontwikkeling van een structureel aanbod in gevaar komt. Ook onduidelijkheid rond het verkrijgen van gelden waarop ze aansprak kunnen maken, maakt onzeker. Andere problemen zijn huisvesting en de samenwerking met externe partners.
Tot slot blijkt de samenwerking met gemeenten een knelpunt. Scholen struikelen over bureaucratie, traagheid of het ontbreken van visie bij hun gemeente. Een stedelijke structuur en beleid zijn wenselijk om een duurzame samenwerking of ontwikkeling te garanderen.
Bronnen
Sardes de brede school in de praktijk december 2006
Oberon Jaarbericht 2007
CBE Consultants Onderzoek Talentontwikkeling jongeren december 2007





