Tips van Rob Oudkerk
dinsdag 24 juni 2003
Tijdens een congres over jeugdbeleid hield Amsterdams wethouder Rob Oudkerk een inspirerende inleiding. En gaf hij een aantal praktische tips mee.
'Wie is verantwoordelijk voor jongeren na de laatste schoolbel', was de titel van het congres, dat op 11 juni in Amsterdam gehouden werd. Het antwoord van Oudkerk was kort: het is een gouden regel dat iedereen verantwoordelijk is, en dus niemand. Niet goed, vindt Oudkerk. 'Daar móet u iets aan doen. Maak iemand verantwoordelijk.' Werk resultaatgericht, durf lef te tonen, prikkelde de wethouder zijn vele aanwezige collega's en beleidsmedewerkers verder. 'Gooi wie niet meewerkt eruit.'
Wees niet bang voor ouders, was een volgende tip. 'Spreek ze aan. Je mag je bemoeien met wat ouders doen, natuurlijk mag je dat. Stel ze aansprakelijk. Het nalaten betekent dat je wordt geconfronteerd met jongens die op 4 mei met kransen voetballen.' Maar tegelijk moet je ouders helpen, vindt Oudkerk. 'Opvoedingsondersteuning mag bij zo'n beleid niet achterwege blijven.'
Ook de jongeren worden direct benaderd in het ideaal van Oudkerk, die ook een pleidooi hield voor een, één dus, 'opgroeidossier' voor elk kind. 'Vaders weten nu niet hoe het met hun kind is, omdat er talloze dossiers zijn. Het lukt me in Amsterdam nog niet om alle instanties zover te krijgen, maar het moet wel.' Er moeten minder regels komen, minder bureaucratie, en minder afspraken. Geen geruzie over macht, in plaats daarvan prestatieafspraken. Het nieuwe beleid levert volgens Oudkerk al iets op. 'We kennen de risicojongeren, en we houden ze via school in de gaten.' Er zijn scholen, vertelde Oudkerk, waar dat nu al goed lukt. 'Er is creativiteit zat. Er zijn bijvoorbeeld afspraken gemaakt voor werkervaringsplekken voor vmbo-afvallers. Ik wilde er 1000 hebben. Dat lukte. Samenwerkingsverbanden zijn echt te maken.'